Belgische Vereniging van Artsensyndicaten

Zomerinterview Dr. Marc Moens (MediQuality)

De zomervakantie is het ideale ogenblik om stil te staan bij de actualiteit rond dossiers die het artsenberoep aanbelangen. Samen met Dr. Marc Moens, erevoorzitter van de Belgische Vereniging van Artsensyndicaten (BVAS) en huidig voorzitter van de Vlaamse vleugel ervan (VAS, Vlaams Artsensyndicaat) overlopen we enkele dossiers en grote werven met een potentieel behoorlijke impact op het beroep.


Pluridisciplinariteit mag geen religie worden

 

Voor het eerst werkt het RIZIV aan een meerjarenbudget. Maar liefst 180 voorstellen werden ingediend en het is nog onduidelijk welke van die voorstellen de definitieve eindmeet zullen halen. Dr. Marc Moens: "We hebben steeds herhaald dat elke euro die we kunnen uitsparen door efficiënter te gaan werken - en niet door te besparen maar wel door nutteloze zaken te vermijden - opnieuw in de gezondheidszorg moet worden geïnvesteerd.

 

De zoektocht naar die efficiëntiewinsten mag niet gebeuren door administratieve overlast en de daarbij horende kosten. Pluridisciplinariteit is een mooi gegeven, maar het moet efficiënt kunnen gebeuren. Pluridisciplinariteit vraagt veel administratieve ondersteuning, wat dan weer de efficiëntie in de weg kan staan. De politiek wil verder gaan met de lopende pilootprojecten hierrond, maar die lopen stroef door gebrek aan deelnemers. Men ziet nu vooral dat de uitgaven heel groot zijn en de winsten heel bescheiden. Pluridisciplinariteit mag geen religie worden. Het moet vooral werkzaam blijven en de patiënt ten goede komen."

 

Na elektronisch voorschrift, binnenkort ook elektronisch verwijsvoorschrift?

 

De discussie rond het delen van gezondheidsgegevens is heel actueel. "Wie heeft recht op welke gegevens en op welk moment? Wat is bijvoorbeeld de relevantie van het delen van een beenbreuk van pakweg 15 jaar geleden met een andere zorgverstrekker? "Om met meerdere zorgverstrekkers rond een patiënt te werken is het delen van gegevens noodzakelijk. Hoever moeten we hierin gaan? Er is echter maar een persoon die hierover mag beslissen, namelijk de patiënt zelf. Moet iedereen weten dat iemand met aandoening x kampt? Vandaag de dag is dit een belangrijk discussiepunt. GDPR maakt dit er niet makkelijker op", aldus Dr. Marc Moens.

 

Als voorzitter van Recip-e vzw geeft hij ons eveneens mee dat de ambities van de vzw verder reiken dan het louter verzenden van een elektronisch geneesmiddelenvoorschrift van arts naar apotheker: "Maandelijks verzendt Recip-e intussen maar liefst 7,5 miljoen elektronische voorschriften van farmaceutische producten.

 

Recip-e vzw is ook kandidaat om een systeem uit te rollen voor het versturen van verwijsvoorschriften. Bijvoorbeeld de chirurg die de thuisverpleegkundige een elektronisch voorschrift voor wondzorg doorstuurt.

 

Het systeem van de gesloten enveloppe van het elektronische voorschrift tussen arts en apotheker willen we ook implementeren voor dergelijke voorschriften. Recip-e vzw heeft dit intussen op het Kabinet van minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid Frank Vandenbroucke voorgesteld. De vraag naar een dergelijk systeem komt van de gezondheidszorgverstrekkers."

 

Pensioen van ASO's op tafel

 

Dr. Moens is bijzonder tevreden over de recente Collectieve Overeenkomst (CO) voor de arts-specialisten in opleiding (ASO's). Er zijn nu duidelijke afspraken over de verloning en het aantal te presteren uren, wacht- en vakantieregelingen. "De problematiek van het sui generis statuut van de ASO's sleept al heel lang aan, maar wordt door deze CO nog niet opgelost. Wat nu uit de bus is gekomen zijn niet alle sociale verworvenheden die werknemers hebben.

 

Maar dat was ook niet de vraag, want de meerderheid van alle ASO's gaan na hun opleiding als zelfstandige door het leven. De eerste bijkomende vraag naar de overheid is dat de vijf jaren opleiding zullen meetellen in de 42sten bij de berekening van de anciënniteit voor hun pensioen. BVAS zal bij de minister van Pensioenen blijven op dit punt hameren tot het in orde is. De hoegrootheid van dat pensioen is nog een ander debat.

 

Hervorming van nomenclatuur en ziekenhuisfinanciering: één en ondeelbaar

 

Voor Dr. Marc Moens is het onmogelijk om het over de (langverwachte) hervorming van de nomenclatuur te hebben zonder het in eenzelfde adem te hebben over de hervorming van de ziekenhuisfinanciering.

 

"Er zit heel wat beweging in de nomenclatuurhervorming. De drie werkgroepen zijn volop aan de slag. Een werkgroep buigt zich over de intellectuele verstrekkingen en de toezichts- en consultatiehonoraria. Een tweede werkgroep gaat over klinische biologie, anatomopathologie, nucleaire geneeskunde en radiotherapie. De focus van een derde werkgroep ligt op alles wat met chirurgie, medische beeldvorming, diagnostisch beleid en invasieve geneeskunde te maken heeft.

 

Alle werkgroepen botsen op het feit dat de band tussen nomenclatuur en ziekenhuisfinanciering heel verweven is. Niet minder dan 41% van de financiële middelen van een ziekenhuis komt van de afdrachten vanuit de artsenhonoratia en dus via de nomenclatuur. Hoe kan men dan in een discipline zoals bij voorbeeld de klinische biologie, waar monsterafdrachten aan het ziekenhuis eerder de regel dan de uitzondering zijn, praten over de nomenclatuur zonder het ook te hebben over de ziekenhuisfinanciering?

 

Twee jaar geleden was er in dat kader een gemeenschappelijk overleg tussen de Medicomut en de overeenkomstencommissie ziekenhuizen - mututaliteiten, maar dat werd nogal brutaal opgeblazen door de Franstalige ziekenhuizen. De suggestie van Margot Cloet van Zorgnet Icuro in een recent videodebat om die 41% afkomstig van de artsenhonoraria gewoon te beschouwen als onderdeel van het Budget Financiële Middelen is onaanvaardbaar en dit omwille van meerdere redenen.

 

Het is niet aan economen om vb. een hoogtechnologische endoscoop aan een bodemprijs te kopen of medische beeldvormingsapparatuur met analyzers voor het medisch laboratorium als toetje erbovenop.

 

Artsen moeten inspraak krijgen bij de aankoop van het instrumentarium en medezeggenschap bij de aanwerving van personeel.

 

In het huidige Medicomut-akkoord heeft Jo De Cock verkregen dat er een onderscheid kan worden gemaakt tussen het gedeelte van de eigen inbreng van een arts in een honorarium en het gedeelte met alles wat nodig is om tot die verstrekking te kunnen overgaan. Maar in datzelfde akkoord staat dat beide stukken wel binnen de honoraria vallen."

 

Nog steeds te veel Franstalige studenten

 

De numerus clausus en de huidige numerus fixus voor studenten geneeskunden in Vlaanderen beroeren al veel langer de gemoederen. "De numerus fixus is bijzonder pijnlijk als het je als individuele kandidaat-student geneeskunde overkomt. Je zal maar net uit de boot vallen met toch ruim voldoende cijfers. In Franstalig België blijft het aanmodderen. De Raad van State heeft in het verleden meerdere keren de resultaten van hun ingangsexamen vernietigd. Wat gaan we doen als straks een kwart van de 6.000 Franstalige kandidaat-studenten geneeskunde slagen in hun ingangsexamen? Dat zijn er nog duizend meer dan hun reglementair quotum", aldus Dr. Marc Moens.

 

Hoe Vlaamse Planningscommissie opstarten?

 

Die vraag stelt zich ook. Dr. Moens, die ondervoorzitter is van de Vlaamse Planningscommissie en voorzitter van de Kamer voor Artsen (huisartsen en specialisten): "De Vlaamse Planningscommissie kwam voor het eerst samen op 28 juni. De Federale Planningscommissie blijft bestaan maar mag enkel het aantal Nederlandstalige en Franstalige artsen bepalen die daadwerkelijk hun beroep zullen mogen uitoefenen.

 

Traditiegetrouw raamt de Federale Planningscommissie hoeveel artsen er in elk specialisme nodig zijn maar sinds de zesde staatshervorming zijn het de Vlaamse en de Franstalige Planningscommissies die moeten beslissen over die onderverdelingen. De vraag stelt zich wat de medische noden zijn van de Vlaamse bevolking. Hoe gaan we die in kaart brengen en in cijfers vertalen?

 

Hopelijk kunnen we in een beginfase als inspiratie rekenen op modellen en op de expertise van de Federale Planningscommissie. Er zijn heel wat variabelen. De opstartfase zal dus spannend zijn. We moeten ook dringend ophouden om grote aantallen assistenten op te leiden in disciplines die nu al niet meer aan werk raken. Dat zal dan tot gevolg hebben dat diensthoofden van die disciplines meer stafleden zullen moeten aanwerven. Die zijn duurder dan de "goedkope werkkracht ASO". Dat heeft dan ook weer gevolgen voor de ziekenhuisfinanciering." Waarmee de cirkel rond is en alle dossiers aan elkaar gelinkt zijn.

 

Auteur: David Desmet 

Bron: MediQuality