Belgische Vereniging van Artsensyndicaten

Wettelijk kader

De honorariumvrijheid wordt nauwlettend in het oog gehouden - Een overzicht van het wettelijk kader

 

De arts heeft recht op honoraria of forfaitaire vergoedingen voor de diensten die hij verstrekt. Deze honoraria en vergoedingen zijn vrij te bepalen, in overeenstemming met de deontologie:

 

  • KB nr 78 betreffende de uitoefening van de gezondheidszorgberoepen- Artikel 15 :

Onverminderd de bepalingen van artikel 18, § 2 [1] hebben de beoefenaars bedoeld bij de artikelen 2, § 1, 3, 4 en 21noviesdecies[2], mits eerbiediging van de regelen van de plichtenleer, recht op honoraria of forfaitaire bezoldigingen voor de door hen geleverde prestaties. 
Onverminderd de toepassing van bedragen welke eventueel zijn vastgesteld door of krachtens de wet of voorzien bij statuten of overeenkomsten waartoe de beoefenaars zijn toegetreden, bepalen deze vrij het bedrag van hun honoraria, onder voorbehoud van de bevoegdheid, in geval van betwisting, van de Orde waaronder zij ressorteren of van de rechtbanken.

Volgens de Code van geneeskundige plichtenleer mag de geneesheer rekening houden met de belangrijkheid van de geleverde prestaties, de economische toestand van de patiënt, zijn eigen faam en de eventuele bijzondere omstandigheden. Hij mag niet weigeren aan de zieke of diens vertegenwoordigers uitleg te verstrekken omtrent het bedrag van het ereloon betreffende zijn prestaties. Tenslotte duidt het vragen van honoraria die merkelijk te hoog liggen op een gebrek aan eerlijkheid en bescheidenheid.

 

  • Code van geneeskundige plichtenleer – artikel  71:

De geneesheer moet gematigd en bescheiden zijn bij het vaststellen van het ereloon betreffende zijn prestaties. Binnen deze perken mag hij rekening houden met de belangrijkheid van de geleverde prestaties, de economische toestand van de patiënt, zijn eigen faam en de eventuele bij¬zondere omstandigheden. Hij weigert niet aan de zieke of diens vertegenwoordigers uitleg te verstrekken omtrent het bedrag van het ereloon betreffende zijn prestaties.

 

  • Code van geneeskundige plichtenleer – artikel  78:

Het vragen van honoraria die merkelijk te hoog liggen duidt op een gebrek aan eerlijkheid en bescheidenheid en kan, onverminderd de bevoegdheid van de provinciale raden om uitspraak te doen over ereloonbetwistingen, aanleiding geven tot tuchtmaatregelen.

De arts moet zijn patiënt op de hoogte brengen van de honoraria die hem zullen worden gevraagd. 

 

  • Wet betreffende de rechten van de patiënt
    • Artikel 7, § 1: De patiënt heeft tegenover de beroepsbeoefenaar recht op alle hem betreffende informatie die nodig is om inzicht te krijgen in zijn gezondheidstoestand en de vermoedelijke evolutie ervan. [...]
    • Artikel 8, § 1: De patiënt heeft het recht om geïnformeerd, voorafgaandelijk en vrij toe te stemmen in iedere tussenkomst van de beroepsbeoefenaar. [...]
    • Artikel 8, § 2: De inlichtingen die aan de patiënt verstrekt worden, met het oog op het verlenen van diens toestemming bedoeld in § 1, hebben betrekking op het doel, de aard, de graad van urgentie, de duur, de frequentie, de voor de patiënt relevante tegenaanwijzingen, nevenwerkingen en risico's verbonden aan de tussenkomst, de nazorg, de mogelijke alternatieven en de financiële gevolgen. [...]

   

Verschillende maatregelen steunen die informatieplicht in het ziekenhuis:

 

  • Wet betreffende ziekenhuizen - art. 153:

De beheerder neemt de nodige maatregelen om de patiënten in staat te stellen de lijsten te raadplegen waarin enerzijds de ziekenhuisgeneesheren zijn opgenomen die zich verbonden hebben de verbintenistarieven toe te passen en anderzijds de ziekenhuisgeneesheren die zich niet verbonden hebben de verbintenistarieven toe te passen.

 

  • Wet 14.07.94 - art. 50, § 3bis:

De uit de nomenclatuur voortvloeiende tarieven zijn de maximumhonoraria die kunnen worden geëist voor verstrekkingen verleend in het raam van raadplegingen in een ziekenhuis, indien de rechthebbende niet voorafgaandelijk door de verplegingsinrichting uitdrukkelijk werd geïnformeerd aangaande het al dan niet toegetreden zijn tot de akkoorden van de zorgverlener op het ogenblik dat de zorgen worden verleend.

 

  • Koninklijk besluit  van 17 juni 2004 betreffende de verklaring bij opname in een ziekenhuis

Zowel bij klassieke als bij daghospitalisatie dient uiterlijk bij de aanvang van de opname aan de patiënt, of aan de persoon die de patiënt kan vertegenwoordigen, een bundel documenten ter ondertekening worden aangeboden. Deze verklaring moet voldoen aan de diverse modellen (algemeen ziekenhuis, psychiatrisch ziekenhuis, dagziekenhuis) die door het koninklijk besluit worden opgelegd.

    • De patiënt moet er duidelijk in aanduiden of hij al dan niet wenst verzorgd te worden tegen het verbintenistarief en welk type kamer hij kiest.
    • De patiënt aanvaardt uitdrukkelijk dat zijn vrije artsenkeuze kan beperkt worden indien hij wenst aan het verbintenistarief te worden verzorgd.
    • De ziekenhuisbeheerder moet in de opnameverklaring, als een percentage of in euro het bedrag aangeven dat door de artsen wordt toegepast bij de vaststelling van de supplementen, en dit ten opzichte van de verbintenistarieven. Hij kan, wanneer dit niet wettelijk verplicht is, verduidelijken dat het om een maximumbedrag gaat.
    • De financiering van het ziekenhuis is onderworpen aan het volgen van de wettelijke bepalingen inzake het informeren van de patiënt door het ziekenhuis (ZW, art. 120).

 

Uitzonderingen op de honorariumvrijheid die gelden voor alle geneesheren (al dan niet geconventioneerd):

 

In een georganiseerde wachtdienst zijn de RIZIV-tarieven altijd de toegepaste maximumtarieven, zelfs voor niet geconventioneerde geneesheren:

  • Wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen gecoördineerd op 14 juli 1994. - Artikel 35 § 1 al 4 : de uit de nomenclatuur voortvloeiende tarieven zijn, voor alle beoefenaars van de geneeskunst, de maximumhonoraria die kunnen worden geëist voor de verstrekkingen die worden verleend in het raam van een georganiseerde wachtdienst.

 

Voor verstrekkingen van klinische biologie of medische beeldvorming binnen het ziekenhuis kunnen geen supplementen worden gevraagd voor wat de forfaitaire erelonen betreft.

  • Wet van 14 juli 1994 betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen - Artikel 57, § 6 : voor de verstrekkingen die door het of de in § 1 bedoelde  forfaitair honorarium of forfaitaire honorarium worden vergoed mogen geen bedragen ten laste van de rechthebbenden worden gelegd. [3]
  • Wet betreffende de ziekenhuizen,  art. 152, §7 - De artsen bedoeld in §§ 1(geconventioneerden), 2 (niet-geconventioneerden) en 4 (bij gebrek aan een akkoord artsen-ziekenfondsen), mogen geen supplementen toepassen voor de forfaitaire honoraria per opname en/of per verpleegdag te betalen betreffende de verstrekkingen inzake klinische biologie of medische beeldvorming.
  • Voor de toepassing van de derdebetalersregeling moet de geneesheer, in de gevallen waarin deze regeling noch verboden, noch verplicht (met name voor ambulante technische verstrekkingen) is, de tariefvoorwaarden van het akkoord artsen-ziekenfondsen respecteren voor de verstrekkingen waarvoor hij de derde betaler vraagt.

 

In het ziekenhuismilieu

  • De beheerder en de medische raad waarborgen dat alle in § 1[4] bedoelde patiënten tegen verbintenistarieven kunnen worden verzorgd. De beheerder neemt, na overleg met de medische raad, daartoe de nodige initiatieven en geeft daarvan kennis aan de medische raad. (ZW, art. 152, § 3)
  • De al dan niet geconventioneerde geneesheren kunnen tarieven aanrekenen die afwijken van de verbintenistarieven, voor zover terzake in de algemene regeling van het ziekenhuis maximumtarieven zijn vastgesteld. Dit onderdeel van de algemene regeling dient voor de toepassing ervan, door de beheerder aan de Paritaire Commissie Geneesheren-Ziekenhuizen en, via het RIZIV, aan de verzekeringsinstellingen te worden medegedeeld. (ZW, art. 152, § 6)
  • In geval van een opname van een kind met een begeleidende ouder (we zullen hier niet te veel in detail gaan) wordt aan de ouders een afzonderlijk document ter ondertekening voorgelegd, samen met de opnameverklaring. Dit document legt de nadruk op de mogelijkheid om gehospitaliseerd te worden aan verbintenistarieven. De begeleidende ouder kan in dit document afstand doen van deze mogelijkheid en uitdrukkelijk voor een éénpersoonskamer kiezen. Bij gebrek aan dit ondertekende document zijn de toegepaste tarieven de verbintenistarieven (ZW, art. 152, § 8).

 

De wet betreffende de ziekenhuizen bepaalt twee situaties in zijn art. 152 (vroeger art. 138):

 

A. Er is een akkoord artsen-ziekenfondsen:

 

1. Geconventioneerde ziekenhuisgeneesheren:

 

  • moeten de verbintenistarieven naleven:
    • in tweepersoonskamers of in gemeenschappelijke kamer
    • voor patiënten die verblijven in éénpersoonskamers in de vier volgende gevallen:
      • de gezondheidstoestand van de patiënt of de technische voorwaarden van onderzoek, van behandeling of van toezicht, vereisen het verblijf in een individuele kamer
      • noodwendigheid van de dienst of het niet beschikken over onbezette bedden in tweepersoonskamers of in gemeenschappelijke kamers
      • opname op een eenheid voor intensieve zorg of voor spoedgevallenzorg, buiten de wil van de patiënt en voor de duur van het verblijf in een dergelijke eenheid.
          • wanneer de opname een kind betreft, samen met een begeleidende ouder behalve bij uitdrukkelijke vraag van de ouders in een ad hoc document (bijlage 6 bij de opnameverklaring).

 

Deze bepalingen zijn tevens van toepassing op op daghospitalisatie, voor de door de Koning vastgestelde verstrekkingen (cf. KB van 29 september 2002 ter uitvoering van artikel 138 van de Ziekenhuiswet). Het gaat om:

  • de verstrekkingen die recht geven op de forfaits ”A, B, C, D en de twee pseudocodes die recht geven op het maxi-forfait in oncologisch dagziekenhuis” enerzijds
  • en anderzijds, de RIZIV-codes weerhouden voor de identificatie van de gerealiseerde heelkundige dagziekenhuisopnames (Bijlage 3, punt 6, van het koninklijk besluit van 25 april 2002 betreffende de vaststelling en de vereffening van het budget van de financiële middelen van de ziekenhuizen).
  • De Wet van 13.12.2006 geeft de Koning bovendien de mogelijkheid om categorieën van patiënten te bepalen waarvoor de verbintenistarieven moeten gerespecteerd worden voor alle verstrekkingen voor een daghospitalisatie in een twee- of meerpersoonskamer.
  • Met uitzondering van bovenvermelde gevallen, kunnen zij hun honoraria vrij bepalen voor de patiënten in een éénpersoonskamer, mits het naleven van de wettelijke bepalingen inzake de mededeling van de supplementen aan de patiënt, en inzake de algemene regeling van het ziekenhuis.

 

2. De  “deels geconventioneerde” geneesheren

 

De wet (ziekenhuiswet; ZIV-wet) maakt geen onderscheid tussen de geconventioneerde en de deels geconventioneerde geneesheren.

De artsen die hun toetreding tot het akkoord hebben beperkt tot een welbepaald uurrooster moeten dus het schema voor geconventioneerde geneesheren van hierboven volgen voor hun gehospitaliseerde patiënten.

 

3. De niet geconventioneerde geneesheren:

 

  • moeten hun weigering om toe te treden tot het akkoord meedelen aan de beheerder die dit op zijn beurt aan de Medische raad en de verzekeringsinstellingen meedeelt;
  • mogen hun honoraria vrij bepalen voor zover maxima vastgesteld zijn in de algemene regeling, en die maxima gerespecteerd worden door de geneesheren.
    • deze maxima moeten, vóór hun toepassing, meegedeeld worden aan de beheerder van het ziekenhuis, aan de Paritaire Commissie Geneesheren-Ziekenhuizen en aan de mutualiteiten via het RIZIV.
    • onafhankelijk van het kamertype, behalve de uitzonderingen hieronder;
      • met inbegrip van de daghospitalisatie, voor de verstrekkingen bepaald in het KB van 29.09.2002, behalve de uitzonderingen hieronder.

 

Mogen hun honoraria niet vrij vaststellen voor patiënten opgenomen in een twee- of meerpersoonskamer:

 

Indien de patiënt zich in één van de volgende situaties bevindt:

a) de gezondheidstoestand van de patiënt of de technische voorwaarden van onderzoek, van behandeling of van toezicht, vereisen het verblijf in een individuele kamer;

b) noodwendigheid van de dienst of het niet beschikken over onbezette bedden in tweepersoonskamers of in gemeenschappelijke kamers;

c) opname op een eenheid voor intensieve zorg of voor spoedgevallenzorg, buiten de wil van de patiënt en voor de duur van het verblijf in een dergelijke eenheid.

d) wanneer de opname een kind betreft, samen met een begeleidende ouder behalve bij uitdrukkelijke vraag van de ouders in een ad hoc document (bijlage 6 bij de opnameverklaring)

 

Voor de volgende categorieën van “beschermde patiënten”, opgenomen in twee- of meerpersoonskamers (KB 29.09.2002 tot uitvoering van artikel 138 van de ziekenhuiswet):

  • de rechthebbenden op de verhoogde verzekeringstegemoetkoming, evenals de personen die hun ten laste zijn: WIGW, OMNIO, rechthebbenden op het bestaansminimum, personen die bijstand van een OCMW krijgen, rechthebbenden op het gewaarborgd inkomen voor bejaarden, op toelagen voor gehandicapten, kinderen die minstens 66 percent fysiek of mentaal gehandicapt zijn, langdurige werklozen;
  • kinderen die voldoen aan de medische voorwaarden om recht te hebben op verhoogde kinderbijslag;
  • de rechthebbenden op de RIZIV-verzekeringstegemoetkoming voor incontinentiemateriaal;
  • de rechthebbenden die worden opgenomen in een Sp-dienst “palliatieve zorg”, evenals rechthebbenden op de forfaitaire tegemoetkoming voor palliatieve thuispatiënten;
  • de chronische patiënten die een forfaitaire RIZIV-toelage genieten.

 

B. Er is geen akkoord artsen-ziekenfondsen:

 

Indien geen akkoord van toepassing is, zijn alle geneesheren niet geconventioneerden en gelden de regels die de niet-toegetreden geneesheren moeten naleven indien een akkoord werd gesloten:

  • vrije honoraria mits het respecteren van de maxima die voorzien zijn in de algemene regeling
  • RIZIV-honoraria (die de basis vormen voor de terugbetaling) voor de patiënten die deel uitmaken van de 4 hierboven vermelde categorieën opgenomen in een twee- of meerpersoonskamer: dus gezondheidstoestand, het niet beschikken van onbezette bedden, intensieve zorgen of spoedgevallenzorg, begeleide kinderen.
  • ook RIZIV-honoraria voor de “beschermde patiënten” (cf. supra)

 



[1]   (…) is verboden elke overeenkomst van welke aard ook, gesloten hetzij tussen de beoefenaars hetzij tussen deze beoefenaars en derden, inzonderheid producenten van farmaceutische produkten of leveranciers van geneeskundige of protheseapparaten, wanneer deze overeenkomst betrekking heeft op hun beroep en ertoe strekt aan de een of de ander rechtstreeks of onrechtstreeks winst of voordeel te verschaffen.

[2] Met andere woorden de tandartsen, apothekers, en vroedvrouwen

[3] Art. 57, §1:  De tegemoetkoming voor de verstrekkingen inzake klinische biologie zoals ze door de Koning nader worden omschreven, wordt voor de in een ziekenhuis opgenomen rechthebbenden per ziekenhuis vastgesteld op basis ofwel van een forfaitair honorarium dat per verpleegdag wordt betaald ofwel van een forfaitair honorarium per opneming, ofwel van die twee  forfaitaire honoraria. De Koning kan evenwel bepalen dat de verstrekkingen waarop het forfaitair honorarium van toepassing is slechts voor een door Hem nader te bepalen gedeelte door het forfaitair honorarium worden vergoed.

[4] Met name de patiënten opgenomen in tweepatiëntenkamers of in gemeenschappelijke kamers en gelijkgestelde patiënten (gezondheidstoestand vereist het verblijf in een éénpersoonskamer, het niet beschikken van onbezette bedden, intensieve zorgen).

Publicatie datum: 18/08/2013