Belgische Vereniging van Artsensyndicaten

2016/02/20 Toegang tot medisch dossier van niet-begeleide minderjarige vreemdelingen

Advies

Aan de Nationale Raad van de Orde der artsen wordt een vraag gesteld over de toegang tot het medisch dossier van een minderjarige door de voogd die hem werd toegewezen in uitvoering van de wet van 24 december 2002 betreffende de voogdij over niet-begeleide minderjarige vreemdelingen (NBMV).


Advies van de nationale raad :

In zijn vergadering van 20 februari 2016 onderzocht de nationale raad van de Orde der artsen een vraag over de toegang tot het medisch dossier van een minderjarige door de voogd die hem werd toegewezen in uitvoering van de wet van 24 december 2002 betreffende de voogdij over niet-begeleide minderjarige vreemdelingen (NBMV).

De voogd moet zorg dragen voor de niet-begeleide minderjarige tijdens zijn verblijf in België en ervoor zorgen dat hij passende psychologische bijstand en medische verzorging krijgt (artikel 10, §1, voornoemde wet van 24 december 2002).

De wet betreffende de rechten van de patiënt bepaalt dat de rechten van een minderjarige patiënt, met name het recht afschrift (of inzage) te krijgen van het patiëntendossier, uitgeoefend worden door zijn voogd.

Naargelang zijn leeftijd en maturiteit wordt de minderjarige patiënt echter betrokken bij de uitoefening van zijn rechten of oefent hij ze zelfstandig uit als hij tot een redelijke beoordeling van zijn belangen in staat geacht wordt (artikel 12, wet van 22 augustus 2002). De arts beoordeelt deze geschiktheid geval per geval, rekening houdend met de persoonlijkheid van de patiënt en met de reikwijdte van de voorgestelde medische handeling en indien nodig op basis van een multidisciplinair advies.

Bovendien kan de arts het verzoek van de voogd om afschrift te krijgen van het dossier geheel of gedeeltelijk weigeren met het oog op de bescherming van de persoonlijke levenssfeer van de patiënt. In dat geval wordt het recht op inzage of afschrift uitgeoefend door een door de voogd aangewezen beroepsbeoefenaar (artikel 15, §2, wet van 22 augustus 2002).

Op basis van wat voorafgaat is de nationale raad van mening dat de NBMV-voogd afschrift van het patiëntendossier van zijn voogdijkind kan vragen.

Indien de arts meent zijn vraag niet te kunnen inwilligen, moet hij preciseren of zijn weigering gemotiveerd is door de bekwaamheid van de minderjarige patiënt zelfstandig zijn rechten uit te oefenen of door de bekommernis zijn persoonlijke levenssfeer te beschermen. In de tweede veronderstelling dient de voogd een beroepsbeoefenaar aan te wijzen, gehouden aan het beroepsgeheim, die afschrift (of inzage) van het dossier krijgt.

Wanneer er een probleem of een meningsverschil bestaat, kunnen de voogd en de arts altijd de minnelijke tussenkomst vragen van de provinciale raad waar de arts ingeschreven is opdat deze zijn objectieve en opbouwende hulp zou bieden aan de verschillende partijen.

Zij hebben ook de mogelijkheid de tussenkomst te vragen van de federale ombudsdienst "Rechten van de patiënt" (bemiddeling-patientenrechten@gezondheid.belgie.be) of eventueel van de bemiddelingsdienst van het ziekenhuis die, samen met de voogd en de arts, zal proberen het geschil op te lossen.