Belgische Vereniging van Artsensyndicaten

Verplichte substitutie

VOS en verplichte substitutie: een update (24/05/2012)

Recentelijk moeten apothekers in het kader van het voorschrift op stofnaam of een voorschrift op merknaam met antibiotica of antimycotica het goedkoopste geneesmiddel aan de patiënt leveren.
Omdat leveranciers van de goedkoopste variant van een geneesmiddel de bevoorrading niet konden verzekeren, zal er een wijzigingsclausule aan de overeenkomst tussen apothekers en verzekeringsinstellingen worden toegevoegd. Indien het goedkoopste geneesmiddel niet binnen 12 uur leverbaar is, kan de apotheker aan de hand van deze clausule overmacht inroepen. In dit geval zullen apothekers toch een duurder geneesmiddel mogen afleveren en zal ook dit geneesmiddel terugbetaald worden.
De apotheker moet daarvoor de onbeschikbaarheid of de hoogdringendheid op het voorschrift vermelden en het voorschrift paraferen. De apotheker engageert zich hierbij om het goedkoopst beschikbaar alternatief af te leveren.

 

Verplichte substitutie antibiotica en antimycotica vanaf 1 mei 2012

Vanaf 1 mei 2012 moet de apotheker een voorschrift op merknaam van antibiotica of antimycotica voor een acute behandeling uitvoeren volgens dezelfde regels als bij een voorschrift op stofnaam (VOS). Dit wil zeggen dat de apotheker één van de antibiotica of antimycotica moet afleveren die tot de groep van de goedkoopste geneesmiddelen behoren.
Hoe voorschrijven?
De arts beslist over de behandeling: het werkzaam bestanddeel, de toedieningsvorm (siroop, poeder, tablet,...), de sterkte, de dagdosering en eventueel de specificaties (vb. bruistablet,...). De apotheker kan hieraan niets veranderen. Hij zal een geneesmiddel afleveren met hetzelfde werkzaam bestanddeel, dezelfde toedieningsvorm, dosering en de juiste verpakkingsgrootte en de specificaties, maar binnen de groep van “goedkoopste” geneesmiddelen.
Wanneer niet substitueren?
In twee gevallen is de substitutie niet toegelaten:

  • indien er een gezondheidsreden bestaat om de voorgeschreven merkspecialiteit te behouden.
    U vermeldt dan “niet-substitueerbaar wegens therapeutische bezwaar” op het voorschrift. De reden voor dit bezwaar moet u in het patiëntendossier opnemen. De apotheker mag dan enkel de voorgeschreven specialiteit afleveren.
  • indien de patiënt allergisch of intolerant is aan een hulpstof met erkende werking.
    U vermeldt dan “allergie voor xxx” op het voorschrift. De apotheker zal dan het geneesmiddel afleveren als het de hulpstof niet bevat. Als het voorgeschreven geneesmiddel de hulpstof bevat, moet de apotheker u contacteren met het voorstel om het voorschrift aan te passen.

Het RIZIV heeft hieromtrent een brochure “Afleveren van het goedkoopste geneesmiddel” uitgegeven.

Meer informatie over de verplichte substitutie van geneesmiddelen vindt u hier.

N.B.: Aan het percentage om goedkoop voor te schrijven (art. 73 ZIV-wet) verandert er niets. Huisartsen dienen nog altijd voor 50% goedkope geneesmiddelen voor te schrijven. Dit kunnen zijn:

  • originele merkspecialiteiten waarvan de prijs gedaald is zodat de patiënt geen supplementair remgeld moet betalen
  • generische geneesmiddelen
  • specialiteiten op stofnaam


Een onverwacht neveneffect van de (ons opgedrongen) verplichte substitutie bij een voorschrift van een antibioticum of een antimycoticum is dat u gemakkelijker het vereiste voorschrijfpercentage “goedkope geneesmiddelen” zal behalen. De apotheker is immers verplicht om – onafhankelijk van wat u als antibioticum of antimycoticum voorschreef – uw voorschift als een VOS te beschouwen en het goedkoopste geneesmiddel af te leveren.

 

 

Publicatie datum: 03/11/2019