Association Belge des Syndicats Médicaux

Periode oktober – november – december 2016

Het afbouwen van bedden en diensten is een centraal punt in het plan van aanpak van Minister M. De Block. Spoed, materniteit en pediatrie zullen als eerste aan bod komen. Een meer rationele besteding van middelen door netvorming kan dan garant staan voor het verzekeren van een kwaliteitsvolle geneeskunde.
Dat er in het kader van het invoeren van een structuur van netwerken een zekere centralisatie moet gebeuren van spoeddiensten, voornamelijk in de grootsteden waar sommige ziekenhuizen slechts op enkele kilometers van elkaar verwijderd zijn, is acceptabel. Dit moet echter dan ook leiden tot een snellere en efficiëntere opvang van de patiënt.
25% van de spoeddiensten afschaffen terwijl de eerste lijn haar taken ’s nachts en in de weekends niet volledig kan vervullen is echter niet realistisch en wereldvreemd te noemen, wil men niet komen tot Britse toestanden waar het Rode Kruis moet bijspringen om de patiënten te helpen in de overbevolkte ziekenhuizen.
De wachttijden op de spoedopnames verlengen van jaar tot jaar, zoals onlangs ook bleek op de spoeddienst van Gasthuisberg Leuven met een wachttijd van 9 uur.

 

Ontkoppelen van de diensten pediatrie, materniteit en spoed zal door de kinderartsen niet aanvaard worden (zie persbericht www.vaskor.be/ledenbladen/ledenblad 144).

 

Door de nieuwe samenwerkingsvormen en fusies tussen ziekenhuizen dreigen de basisrechten van de artsen, bestaande overeenkomsten, en financiële regelingen in het gedrang te komen.

 

Over het aangekondigde ziekenhuisproject is er sinds 2014 concreet niets gerealiseerd buiten veel bladvulling in medische tijdschriften en symposia.
Het pilootproject in het kader van de verkorte ligduur op materniteit leidt nergens naar, buiten enkel snelle heropnames van pasgeborenen op de pediatriediensten (in plaats van de neonatologie eenheid) waar ze eigenlijk niet thuis horen. In termen van volksgezondheid is dit geen succes te noemen.
Kostenbesparend is deze maatregel evenmin.

 

Buiten politieke aankondigingen werd er niets uitgevoerd. Het is echter niet onmogelijk dat er plots dwingende maatregelen zullen genomen worden op een ‘brutale’ manier in ijltempo.

 

Dit gebeurt dan meestal zonder overleg gezien er tot nu toe enkel pseudo-overleg was met het voorwendsel van informatie.
De enige bekommernis van deze regering is te besparen ten koste van de gezondheidswerkers terwijl bij de start van het project Mevrouw de Block met veel emfase stelde dat het geenszins ging over besparen maar wel om de beschikbare middelen efficiënt en doelmatig te gebruiken.

 

Wat betreft het van rechtswege beëindigen van het akkoord:

 

Naast de juridische argumenten is in hoofdzaak de eenzijdige opgelegde besparing, zonder budgettaire overschrijdingen, onaanvaardbaar.
Deze besparing van 72 miljoen e werd aangekondigd en opgelegd in september na het budgettaire conclaaf door de regering en werd de facto uitgevoerd door een derde van de indexmassa te ontnemen.

 

Er kon hierop slechts gereageerd worden als deze indexregeling effectief werd gepubliceerd in de programmawet op 25 december 2016, dus na het beëindigen van de ultieme besprekingen in de medicomut.

 

Er is veel kans dat de overheid de evidentie van het van rechtswege beëindigen van het akkoord zal negeren en juridisch zal betwisten, ofwel een soort koehandel zal voorstellen waar men voorbij zal gaan aan de essentie van de wetmatigheid van deze besparingen buiten het Akkoord.
Er bestaan immers onduidelijkheden bij elke interpretatie van de wetgeving in dit dossier.

 

Hoe dan ook zijn we geconfronteerd met een regering die zelfs de scheiding der machten niet respecteert. Het enige waar de politieke partijen schrik van hebben is een nederlaag bij de komende verkiezingen, en hierbij is de sociale zekerheid, en in het bijzonder de gezondheidszorg, cruciaal de grootste uitdaging.

 

Deze specifieke conflictsituatie die uniek is in de annalen van de akkoorden sinds 1964 is slechts een voorbode van wat ons te wachten staat tijdens de volgende drie jaren.
In deze context nog nieuwe akkoorden afsluiten lijkt quasi uitgesloten.

Date de publication: 05/02/2017