De stage

Hieronder volgt een algemeen geldende uiteenzetting voor zowel de huisartsen in opleiding als de artsen-specialisten in opleiding op basis van de recente wetgeving.

1. Aanvraag tot goedkeuring van het stageplan

Binnen 3 maanden na de aanvang van de opleiding moet de kandidaat-geneesheer een plan met opgave van de stages die hij wenst te verrichten aangetekend ter goedkeuring naar de minister van Volksgezondheid versturen.

 

Het stageformulier voor de kandidaat-huisarts kan verkregen worden op onderstaand adres van de FOD Volksgezondheid.

Klik hier voor beide stageformulieren (Stageformulier deel 1 en Stageformulier deel 2) voor de kandidaat-specialisten.

 

De aanvraag tot goedkeuring van het stageplan moet ingediend worden op een standaardformulier naar het volgend adres :

FOD Volksgezondheid
Directoraat-generaal Basisgezondheidszorg
Dienst Erkenning Gezondheidszorgberoepen
Eurostation II, Victor Hortaplein 40 bus 10
1060 BRUSSEL

 

De aanvraag wordt voor advies voorgelegd aan de bevoegde kamer van de erkenningscommissie, waarna deze binnen 60 dagen een uitspraak doet.
Wanneer dit advies afwijkt van het door de kandidaat-geneesheer ingediende stageplan, wordt de uitspraak in beraad genomen en wordt de kandidaat opgeroepen om voor de kamer te verschijnen en gehoord te worden.
Het advies wordt aan de minister van Volksgezondheid meegedeeld en binnen 30 dagen ter kennis gebracht van de kandidaat-geneesheer.

 

Wanneer de stage is stopgezet, zal de stopzetting doorgegeven worden aan het Riziv voor intrekking van het Riziv-nummer dat aan de kandidaat werd toegekend in het kader van zijn opleiding.

 

2. Wijziging van het stageplan

Noch de kandidaat, noch de stagemeester mag eenzijdige veranderingen aanbrengen in het stageplan of voortijdig een einde maken aan de overeenkomst tussen beide partijen.
Iedere wijziging aan het stageplan moet de kandidaat-geneesheer vooraf ter goedkeuring meedelen aan de minister van Volksgezondheid. Daarop vraagt de minister het advies van de bevoegde kamer van de erkenningscommissie.

 

3. Onderbreking van het stageplan

Een onderbreking van de stage mag in geen geval de totale duur van de opleiding verkorten.
Wanneer de kandidaat gedurende minstens 3 maanden zijn opleiding heeft moeten onderbreken, dient hij onmiddellijk de bevoegde kamer van de erkenningscommissie daarvan in kennis te stellen, met opgave van de redenen van onderbreking. Hij moet aan de bevoegde kamer een voorstel doen met het oog op een aanvullende stageperiode.

 

De kamer deelt binnen 30 dagen haar advies over dit voorstel mee aan de kandidaat en aan zijn stagemeester en stuurt het voorstel, met het advies, ter goedkeuring naar de minister van Volksgezondheid.

 

4. Stageboekjes

Bij de aanvang van de stage wordt aan de kandidaat een stageboekje overhandigd waarin hij al zijn werkzaamheden in het kader van zijn opleiding moet vermelden.
Het boekje moet na verloop van een jaar teruggegeven worden aan de bevoegde kamer van de erkenningscommissie en wordt dan vervangen door een nieuw exemplaar.

 

5. Beroepsprocedure

De kandidaat kan zelf beroep aantekenen tegen elk advies van de kamer van de erkenningscommissie. Om ontvankelijk te zijn, moet dit beroep gemotiveerd zijn en binnen 30 dagen na de kennisgeving van het advies aangetekend aan de minister van Volksgezondheid gezonden worden. De minister legt het dossier voor aan de bevoegde kamer van de Hoge Raad.
Als de minister oordeelt een advies van de kamer van de erkenningscommissie niet te kunnen volgen, brengt hij de kandidaat via gemotiveerde kennisgeving op de hoogte. Alvorens te beslissen, legt hij het dossier voor aan de bevoegde kamer van de Hoge Raad.

 

In geval van beroep door de kandidaat of wanneer de minister meent het advies van de bevoegde kamer niet te kunnen volgen, wordt de kandidaat door de bevoegde kamer van de Hoge Raad gehoord. Hij verschijnt persoonlijk en mag zich laten bijstaan door een of meerdere raadslieden. Indien de kandidaat, behoorlijk opgeroepen, niet verschijnt, kan de kamer uitspraak doen op basis van
stukken, behalve bij gewettigde afwezigheid van de kandidaat.

 

De kamer spreekt zich uit bij meerderheid der aanwezige leden. Als het een dossier over een kandidaat-huisarts betreft, moet bovendien een meerderheid bestaan bij de leden huisartsen. De beraadslagingen zijn geheim en het advies dient gemotiveerd te worden.
Om geldig te kunnen beraadslagen, dient minstens een lid, erkend in de specialiteit in kwestie, de beraadslaging bij te wonen. Telt de kamer geen enkel lid dat erkend is in deze specialiteit, wijst de voorzitter een in deze specialiteit erkende geneesheer aan om de beraadslaging met raadgevende stem bij te wonen.

 

De kamer doet uitspraak binnen 60 dagen na de datum waarop de zaak bij haar aanhangig werd gemaakt en deelt haar gemotiveerd advies mee aan de minister.
Indien de bevoegde kamer geen advies heeft gegeven binnen de gestelde termijnen, kan de minister een beslissing nemen zonder dat advies. De beslissing van de minister wordt ter kennis gebracht van de verzoeker via een aangetekende brief tegen afgiftebewijs.

 

6. In conflict met je stagemeester ?

Wanneer u als kandidaat-geneesheer een meningsverschil hebt met uw stagemeester, raden we u aan om in de eerste plaats contact op te nemen met de stagemeester-coördinator. Deze laatste zal proberen te bemiddelen tussen u en uw stagemeester.

 

Komt u er niet uit en kan de stagemeester-coördinator u en uw stagemeester niet verzoenen, dan kan u het geschil aanhangig maken bij de bevoegde kamer van de erkenningscommissie. De kamer zal u beiden horen en trachten te bemiddelen.

 

Indien het geschil aanhoudt, zal de kamer een onderzoekscommissie aanstellen. Deze commissie zal dan een verslag opmaken, waarna de kamer een advies zal uitbrengen. Dit advies wordt binnen 30 dagen meegedeeld aan de kandidaat-geneesheer en de stagemeester en ter goedkeuring aan de minister van Volksgezondheid verzonden. Er staat beroep open tegen dit advies.

 

Ongeschiktheid of ongewenstheid van de kandidaat

Het kan voorkomen dat de stagemeester van oordeel is dat de kandidaat-geneesheer niet geschikt is voor de gekozen discipline of ongewenst geworden is binnen de desbetreffende dienst. In dit geval moet de stagemeester zijn motivatie meedelen aan zowel de bevoegde kamer van de erkenningscommissie als de kandidaat-geneesheer zelf. Nu zal de kamer ook eerst beide partijen horen en proberen te bemiddelen.

 

Als de stagemeester zijn mening niet verandert, zal de kamer een onderzoekscommissie samenstellen die op haar beurt een verslag opsteld. De bevoegde kamer zal na inzage van dit verslag zal, of de beëindiging van de stage, of de aanstelling van een nieuwe stagemeester adviseren.

 

Als blijkt dat de tweede stagemeester ook een negatief advies geeft omtrent de kandidaat, mag de bevoegde kamer adviseren om de kandidaat-geneesheer niet toe te laten zijn opleiding in de discipline voort te zetten. De kandidaat-geneesheer heeft dan wel het recht te worden gehoord en zich te laten bijstaan door een of meerdere raadslieden. Binnen 30 dagen deelt de kamer haar advies mee aan de kandidaat en de stagemeester en verzendt dit advies ter goedkeuring aan de minister van Volksgezondheid.